Aanmelding en loting

Plaatsing 

Sinds de invoering van de Wet Passend Onderwijs moet een school elke leerling plaatsen, die bij de aanmelding aangeeft dat er sprake is van een extra ondersteuningsbehoefte, tenzij 

  • de school vol is (geen plaatsruimte heeft) 
  • de leerling een niveau-advies van de basisschool heeft gekregen dat niet overeenkomt met de niveaus die de school aanbiedt 
  • de ouders/leerling de grondslagen van de school niet onderschrijven/respecteren 
  • de school, na zorgvuldig onderzoek, tot de conclusie komt dat zij de benodigde ondersteuning niet kan bieden. De school (het schoolbestuur) heeft dan de zorgplicht om een andere school te vinden die de ondersteuning wel kan bieden. 

Lotingsprocedure in de regio

De centrale lotingsprocedure is oorspronkelijk ontwikkeld door de regio Zuid-Kennemerland (gemeenten Haarlem, Bloemendaal, Zandvoort en Heemstede). De deelnemende schoolbesturen hebben gezamenlijk afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat iedere leerling een passende plek in het voortgezet onderwijs krijgt. Daarbij geven ouders en leerlingen bij de aanmelding meerdere voorkeursscholen op. Wanneer een school meer aanmeldingen ontvangt dan er plaatsen beschikbaar zijn, vindt onder toezicht van een notaris een loting plaats. Leerlingen die worden uitgeloot, worden vervolgens op basis van hun opgegeven voorkeuren en de beschikbare plaatsen op een andere school geplaatst.

In de afgelopen jaren is deze werkwijze stapsgewijs uitgebreid naar de regio Haarlemmermeer. Vanaf schooljaar 2026-2027 sluit ook de gemeente Velsen aan bij de centrale lotingsprocedure. Daarmee wordt de toelatingsprocedure toegepast in Zuid-Kennemerland, Haarlemmermeer en Velsen, waardoor voor leerlingen in deze regio’s één uniforme werkwijze geldt voor aanmelding, loting en plaatsing in het voortgezet onderwijs.